Doelen stellen, jakkes

Doelen stellen is niet leuk, zei een deelnemer uit mijn recent gestarte Herotraining. Velen van ons zullen dat herkennen. Doelen stellen hangt zo samen met dat gevoel van ‘schoolsheid’ en de meeste mensen van mijn generatie zijn opgevoed met de strenge boodschap dat ‘school MOET’ en ‘dat je niks te willen hebt’ en al helemaal ‘niks te kiezen’. Met die geschiedenis nog vers in ons achterhoofd is doelen stellen inderdaad niet leuk. Er moet weer ’s iets. Of niet? Zoals mijn rasechte Amsterdamse huisbaas uit de Pijp vroeger kon zo mooi kon zeggen: “Ik mot niks en al helemaal niet van een ander.”

Ik mot niks!!

Maar doelloos rondzwerven geeft niet altijd voldoening. Het leven wordt er ogenschijnlijk wat ‘vrijer’ van, het voelt alsof je de beknelling van vroeger echt hebt afgelegd (lekker puh, ik doe nu wat ik zelf wil, nah nah) maar zonder discipline kun je toch verzanden in gedeprimeerdheid of zelfs depressie. En die stemming voelt niet vrij, maar als een gevangenis. Maar realiseer je je ook dat je doelloze rondzwerven misschien wel ’s de oorzaak kan zijn van je versuffing en moedeloosheid? Dat je denkt dat je je eigen baas, maar ondertussen een slaaf van je innerlijke criticus bent? Die opperbaas die je keer op keer succesvol laat mislukken, die! Hoe vrij ben je dan?

You can’t get out of a prison you don’t know you’re in

Een antidote – zoals de Boeddhisten zo mooi zeggen (tegengif) – is: discipel willen worden van je eigen pad. Díe ‘discipline’ is namelijk wel leuk. En daar hoort een klein ‘recept’ bij, die je er toe in staat zal stellen het ‘doelen stellen’ te gaan waarderen. Kortom: hoe maken we doelen stellen wel leuk?

Zie je wel

Ten eerste zou je ’s moeten terugkijken of jouw verleden ervaringen met doelen stellen misschien er ook zo uit zag: je stelde hoopvol een nieuw doel, begon goed, dat duurde een of twee dagen en vervolgens gaf je er weer de brui aan. Kortom: je haalde je doelen niet. Je begon toch weer met roken, je at toch weer eens dat suikerbommetje en zei ‘kan-mij-het-schelen’ tegen dat glas alcohol. Of de fles misschien zelfs wel. En dat frustreert toch. Ergens diep van binnen raak je teleurgesteld in jezelf. Want een paar dagen geleden was je nog zo enthousiast. En zo vol van hoop. En waar is dat nu allemaal gebleven? Zie je wel, je kunt ook niks.

K-gevoel

Dit ‘mislukken’ geeft een k*tgevoel, over jezelf. Je geeft jezelf op je kop: waarom laat je het nu weer in de steek, waarom laat je het weer vallen, waarom ben je toch ook zo’n slappeling, waarom kun je nu niet eens zoiets eenvoudigs opbrengen, enz. Kortom; onze innerlijke criticus viert feest en gaat los. Joehoe, feestmutsen op want de bloody bastard heeft beet! Hij haalt even zijn vrienden erbij (die met die hakbijlen voor je kop, messen voor in ’t hart en knuppels tegen je volgende plannen). Dat zooitje ongeregeld die jou laat zeggen: ‘ik hou niet van doelen stellen’. Party-time. 

Himalaya

In bijna alle gevallen heeft niet behalen van je doelen te maken met het te hoog zetten ervan. We maken er meteen Himalaya gebergtes van. En dan willen we ook nog ’s in 1 dag de top bereiken. Omdat de top zo’n heerlijk uitzicht geeft. Voldoening. Vrijheid. Trots. Blijdschap. Wat een heerlijk toekomstscenario. Maar de top halen in 1 dag gaat niet. Gaat niet. Onhaalbaar. In your dreams, wel natuurlijk. Maar ja. En dat weet je ook wel. Maar waarom doe je het dan? Omdat we zooooo graag willen. Daarom. En dat is goed en mooi. Want verlangen is een prachttig stuwende emotie.

Realiteit

Dus wat nu als je tegen jezelf zegt dat je vandaag – op weg naar die top – maar 200 meter zou hoeven lopen? Zo’n kleine afstand dat je eigenlijk denkt: bespottelijk plan, wat een klein stukje. En dan moet ik daar zeker trots op zijn? Pfff. Wat een onzin. Zo haal ik de top nooit. Dat schiet niet op. Ik voel er niks van!

En toch: zo haal je de top wel. Het duurt alleen langer. Als je maar bereid bent de draken – die je ‘in your dreams’ natuurlijk er even niet bij had genomen – aan te gaan kijken. Je glijdt een keer van de berg af, het regent en je jas blijkt niet waterdicht, je schoenveters breken voor de 2e keer op dezelfde dag en je hebt geen reserves meer. Díe draken. Die komen. Altijd. Zonder uitzondering.

Innerlijke sportschool

Maar als je maar blijft lopen word je (met vallen en weer opstaan) steeds zelfverzekerder. Weet je waarom? Omdat je 200 meter elke dag echt wèl kunt afleggen. Grappend en grollend, lachend van plezier misschien zelfs wel. Want dat gaat prima. Met gemak. En misschien doe je dan volgende week 300 meter. En zo je doelen halen, dat is écht leuk. Je raakt niet vermoeid, je kunt een tegenslag prima verdragen (want wat is nu helemaal 200 / 300 meter) en al lopende word je – bijna onbewust – steeds sterker. Alsof je dagelijks even naar je innelijke sportschool gaat. En als je 10 dagen achter elkaar je doelen behaalt dan heeft je innerlijke criticus minder werk. Die schakel je daarmee misschien zelfs wel volledig uit.

Trots

Als je daar een klein feestje van maakt, dan is doelen stellen niet meer iets ‘vreselijks’ maar iets leuks geworden. Iets om naar uit te kijken, omdat het je trots op jezelf oplevert. Omdat je het met gemak elke dag haalt.

Elke dag 200 meter wandelen.
Of elke dag 1 schepje minder suiker in je koffie.
Of elke week 1 sigaret minder roken.
Of elke dag 10 minuten eerder opstaan.

Weet je waarom je dat wel kunt? Omdat je ook kunt lopen, fietsen, schrijven, praten inmiddels. En dat ging ook allemaal vrij onbeholpen aanvankelijk, waar of niet? Het is maar goed dat je ouders niet zeiden, toen je voor het eerst viel: “Okay, dit wordt niets, we geven het op. Dit wordt een kruipertje.”

KaiZen

KaiZen gaat over deze manier van leren: stapje voor stapje. Je brein moet het eigenlijk een beetje belachelijk vinden, alsof je jezelf van binnen uitlacht. Dat je checkt, zo van binnen bij het stelllen van het doel, of je dit tegen jezelf hoort zeggen: zo weinig? Zo klein? What a joke. Maar dan, over een maand tel je alles bij elkaar op. En dan praten we weer. Moet je kijken waar je dan staat. En dan ben je ineens 30 x 200 meter verder op je pad, bijna zonder inspanning.

KaiZen* KaiZen*

PS

Ik begin morgen met elke dag 10 minuten pianospelen; ik kreeg een lessenserie van een klant cadeau, zo aardig! Maar 10 minuten? Haha. What a joke!! Belachelijk! Is toch niet serieus te nemen dat plan? Lukt je toch niet. Je hebt je al zo vaak voorgenomen je pianospel te willen verbeteren. Waarom zou het nu wel lukken. Haha! Je bent een giller, Carolien. PPS: groetjes, van mijn innerlijke criticus. Want ik heb me d’r ook een, hoor! Tjongejonge. Kan hem wel uittekenen. Maar ja, ik ben een party-pooper aan het worden voor dat stelletje ongeregeld. Hun feestje begint steeds saaier te worden.

Iemand nog een feestneus overnemen?

Mijn innerlijke criticus, en die van jou, wil vooral niet dat je gaat lezen over de oorsprong is van Kaizen! Je zou er zomaar iets aan kunnen hebben

Geef een reactie